De
vriend van een atoomspion
Heeft
de Nederlander Henk S. zijn vriend Khan geholpen bij het ontwikkelen van een atoombom
voor Pakistan?
Door onze
redacteuren Jaco Alberts en Karel Knip
AMSTERDAM,
21 FEBR. Henk S. stond deze week gewoon met een kleine stand op de botenbeurs
HISWA in Amsterdam. Daar probeerde hij onder de vlag van S.R.A.F. (Slebos Research
Anti-Fouling), een van zijn producten, beschermende verf voor boten, aan de man
te brengen. Alsof hij zich niet bewust was van het feit dat hij als Hanks'
inmiddels internationale bekendheid geniet als tussenpersoon in het netwerk van
de Pakistaanse atoomspion Abdul Khan.
Khan
heeft vorige maand toegegeven allerlei nucleaire technologie aan Libië, Iran
en Noord-Korea te hebben geleverd. En de rol van zijn Nederlandse vriend Henk
S. uit Sint-Pancras vormt onderwerp van onderzoek voor tal van diensten, waaronder
de Nederlandse inlichtingendienst AIVD, de economische opsporingsdienst Fiod/ECD
en het openbaar ministerie.
Maar wie
is Henk S., die al sinds de jaren zeventig in verband wordt gebracht met leveranties
van goederen die gebruikt konden worden voor de ontwikkeling van de Pakistaanse
atoombom? S., in 1943 in Elburg geboren, kent Abdul Khan al meer dan veertig jaar.
Sinds 1963, toen S. na een propedeuse vliegtuigbouw in Delft overstapte naar metaalkunde,
waar Khan ook studeerde. Ze werden vrienden, en ,,het contact is altijd gebleven'',
zo vertelt S. op de bandopname van een gesprek uit 2002 waarover NRC Handelsblad
beschikt. Op die band vertelt S. hoe hij Khan in 1968 met een gammel busje naar
het Belgische Leuven verhuisde. Khan ging in Leuven promoveren.
Henk
S. zelf besloot na een afwijzing bij autofabriek DAF dienst te nemen bij de marine.
Hij trad gedurende vijf jaar op als troubleshooter' bij ongelukken op fregatten,
mijnenjagers en onderzeeërs, hij kocht titaanbuizen voor de uitlaatsystemen
van onderzeeërs, en was betrokken bij onderzoek naar lassen onder water.
Tijdens dat onderzoek kwam Henk S. rond 1974 in aanraking met het specialistische
lasbedrijfje Explosive Metal Works Holland (EMWH). ,,Je was legaal bezig met vuurwerk,
dat vond ik interessant'', zegt hij op de bandopname. S. werd gevraagd commercieel
directeur van EMWH te worden.
Voor
de Delftse metaalkundige betekende de overstap de kennismaking met de nucleaire
industrie. EMWH werkte voor de kweekreactor Kalkar, maar ook voor het Almelose
Ultra Centrifuge Nederland (UCN), dat deel uitmaakte van Urenco, het Nederlands-Brits-Duitse
samenwerkingsverband om uranium te verrijken. Voor Ultra Centrifuge Nederland
werden door EMWH pijpjes op de deksel van de centrifuges gelast.
En
zo kwam S. ook beroepsmatig weer in aanraking met zijn studievriend Khan. Die
was na zijn promotie gaan werken bij het Fysisch Dynamisch Onderzoekslaboratorium
in Amsterdam, eveneens een toeleverancier van Ultra Centifruge Nederland.
Khan
had bij FDO wel ,,bovenop de haverkist'' gezeten, zo zegt S. ,,Dus toen hij die
know-how kreeg, een groot stuk know-how, en er in Pakistan na de kernbom van India
behoefte was een eigen nucleair prgramma te ontwikkelen, heeft hij zich beschikbaar
gesteld om dat te gaan trekken.'' Khan vertrok in december 1975 voor vakantie
naar Pakistan, om niet meer terug te keren. Hij werd de leider van een nieuw project
om vanaf halverwege 1976 een islamitische atoombom' te ontwikkelen. ,,Al
moeten we er gras voor eten'', luidt het veel aangehaalde citaat van de toenmalige
premier Buttho.
Khan zette overal
ter wereld zijn vrienden aan het werk. Ook zijn oude studievriend Henk S., die
een belangrijke leverancier zou worden, een man waarmee Khan ook over technische
obstakels kon praten. S. vloog eind 1976 voor het eerst naar Khan in Pakistan:
,,En daar kwamen dan problemen aan de orde. Puur als techneut kijk je daar dan
tegenaan. Hij is metallurg en ik ben metallurg. Ik heb een slag van vliegtuigbouw
meegekregen, en daarnaast was ik in dat troubleshoot-werk van de marine geweest
waarbij je werkte met al het soort materiaal wat je maar kon bedenken. Zo is mijn
contact ontstaan en gecontinueerd. Op een bepaald moment is daar handel uit voortgevloeid.
Ik leverde hem (...) de hele santenkraam, het hele gebied vanaf elektronica tot
de hele grove bouw, allerlei dingen waarin het niet verboden was te handelen.''
Ook
tegenover rechercheurs van de economische controledienst ECD gaf S. toe dat hij
welbewust goederen leverde voor het nucleaire project van Khan, zo blijkt uit
een gerechterlijke uitspraak uit 1985. En een santenkraam heeft S. in de loop
der jaren inderdaad aan de Pakistaan geleverd. Daarbij scheerde hij veelvuldig
langs de grens van het formeel toelaatbare, maar schoot hij daar ook diverse keren
overheen. In literatuur en de media is Henk S. vanaf 1977 tot nu met vele leveranties
aan Pakistan in verband gebracht, waarbij de bron niet altijd meer te achterhalen
valt. Zo zou hij in de eerste jaren 10.000 stalen kogeltjes voor de basis van
de centrifuge in Kahuta hebben geleverd, net als diverse aluminium componenten.
Ook
wordt S. genoemd bij de geruchtmakende leveranties van 6.500 buizen van maraging
staal' door Van Doorne's Transmisie (VDT) tussen november 1976 en september 1979
aan Pakistan. Die konden worden gebruikt als centrifuge-rotors. Het voormalig
hoofd inkoop van VDT herinnert zich dat ze werden besteld door S.A. Butt van de
Pakistaanse ambassade in Parijs. Maar hij kan zich niet meer herinneren dat hij
de ladingen zelf heeft verscheept. ,,Meestal werden bestellingen zelf opgehaald'',
aldus de VDT-medewerker, die niet uitsluit dat S. daarbij een rol heeft gespeeld.
De
handelsactiviteiten van S. bleven niet onopgemerkt door de Nederlandse overheid.
Deze toonde zich in het openbaar bezorgd over het verspreiden van nucleaire technologie,
maar zat intussen zelf enorm in zijn maag met de affaire Khan'. In 1980
kreeg S. bezoek van directeur Engels van de ECD, die hem waarschuwde geen strategische
goederen aan Pakistan te leveren. Toch bleef S. doorgaan, omdat hij er naar eigen
zeggen ,,financieel slecht voor stond'', aldus de gerechterlijke uitspraak uit
1985.
Drie jaar later liep S. tegen
de lamp. Begin 1983 bezocht hij Pakistan en kreeg daar naar eigen zeggen van brigade-generaal
Aziz van het Pakistaanse inkoopbureau de opdracht om een oscilloscoop te leveren,
een meetinstrument dat bruikbaar is in de nucleaire industrie. Terug in Nederland
bestelde hij een exemplaar bij Tektronix in Badhoevedorp. Op 23 oktober reed hij
naar Schiphol om de lading in twee delen te verschepen. Vier dozen met bijbehoren
gingen via Air Express rechtstreeks naar Pakistan. De oscilloscoop, waarvoor hij
geen vergunning had, zette hij echter af bij Müller Air Freight om te sturen
naar het bedrijf Assah Electrical Establishment in de Verenigde Arabische Emiraten.
Dit moest fungeren als versluierend tussenstation voor doorvoer naar Pakistan.
Door een stiptheidsactie op Schiphol werd de oscilloscoop echter onderschept.
In 1985 veroordeelde de rechtbank in Alkmaar S. daarvoor tot een jaar gevangenisstraf.
De
veroordeling betekende niet dat S. stopte met zijn activiteiten. In 1988 werd
Khan met S. in Nederland in een auto aangetroffen en het land uitgezet. Maar de
meeste commotie ontstond in 1998, toen in Nederland, België en Duitsland
vijf ladingen werden tegengehouden van goederen van S. voor Pakistan. Het ging,
naar nu blijkt, om diverse zaken: monsters voor laboratorium-onderzoek, maar ook
om een in Oostenrijk gefabriceerde hoge drukcompressor die volgens Economische
Zaken ,,uitermate geschikt'' is voor het gebruik in Pakistaanse Ghauri-raketten.
De
ECD deed onderzoek naar het betrokken bedrijf van S. en concludeerde dat het ,,nagenoeg
alleen maar'' goederen verkocht aan diverse bedrijven in Pakistan. ,,Het lijkt
er echter op dat bijna alle naar Pakistan uitgevoerde goederen bestemd zijn voor
Khan Research Laboratories, alhoewel er alles aan wordt gedaan om deze naam in
de administratie te mijden'', zo wordt geciteerd in een uitspraak van het College
van Beroep voor het bedrijfsleven dat zich de afgelopen jaren boog over een conflict
rond de exportvergunning van de compressor. In die uitspraak zijn de namen van
de bedrijven geanonimiseerd, maar eenvoudig te herleiden. Het ministerie van Economische
Zaken denkt dat S. vervolgens via een omweg alsnog probeerde de compressor bij
Khan te bezorgen. Hij verkocht het apparaat aan een bedrijfje aan Schiedam dat
tevergeefs probeerde een exportvergunning te verkrijgen, maar S. bleef zelf de
kosten van de opslag betalen. Volgens het weekblad Vrij Nederland van deze week
heeft S. recent nog de aandacht op zich gevestigd door het exporteren van een
Baratron-drukmeter, eveneens bruikbaar voor raketten.
Op
dit moment zijn inlichtingendiensten druk bezig met het zoeken naar bewijzen dat
Henk S. zijn activiteiten heeft uitgebreid naar Libië, Iran en Noord-Korea.
Landen die nog niet de beschikking hebben over een atoombom.
21
februari 2004