"Ik weet niet of terroristen
ooit in staat zullen zijn een kernwapen te maken. Maar ik sluit het
bepaald niet uit. Een aantal jaren geleden was er een Amerikaanse
natuurkundestudent die precies kon beschrijven hoe een atoombom moest
worden gemaakt. Hij wist zelfs precies hoe het ontstekingsmechanisme
in elkaar zat."
Frits Veerman uit Huizen
kijkt bezorgd. Ooit was hij een naaste medewerker van de Pakistaanse
atoomspione Abdul Qadeer Khan, die in Nederland studeerde en spioneerde,
en perfect Nederlands sprak. Veerman werkte bij Khan tussen 1972 en
1975 op het Fysisch Dynamisch onderzoekslaboratorium (FDO) in Amsterdam
en bij Ultracentrifuge Nederland in Almelo. De Pakistaanse spion werd
door laksheid van de BVD pas veel te laat opgemerkt. Hij was al veilig
in zijn vaderland teruggekeerd toen men, mede door de waarschuwingen
van Veerman, die zelf geheel te goeder trouw was, begreep dat men
met een zeer ernstig geval van atoomspionage te maken had. Want Khan
ontwikkelde met de kennis die hij in Nederland vergaarde, in Pakistan
'zijn'kernbom. Die kennis is volgens Veerman later ook in Irak terechtgekomen.
Nucleaire Maffia
Wat Veerman nu het meest
verontrust, is niet de traditionele atoomspionage door regeringen.
Want dat is al een heel oud verschijnsel. Dankzij de hulp van zijn
spionnen in Amerika en Engeland kon Stalin, enkele jaren nadat de
Amerikanen 'de bom' hadden, zelf een kernproef laten doen.
"Ik ben ongerust over
de grote instabiliteit in sommige landen, waardoor particulieren met
criminelke bedoelingen de vrije hand krijgen", zegt Veerman.
"De nucleaire maffia, dat is iets nieuws. Ik denk dat de situatie
nu misschien nog gevaarlijker is dan in de tijd van de Koude Oorlog,
en toen werd er massaal tegen de kernwapens gedemonstreerd. Waartoe
een vastberaden groep terroristen allemaal in staat is, hebben we
onlangs in Japan kunnen zien."
"Terroristen die beschikken
over de juiste technische contacten, de juistetechnische kennis en
voldoende hoog verrijkt uranium, zouden in principe ook een kernwapen
kunnen maken", aldus Veerman.
Voor hem ligt de lijvige studie Preventing Nuclear terrorism, die
het Amerikaanse Nuclear Control Institute in 1987 publiceerde. daarin
komen vijf auteurs tot dezelfde conclusie.
Mient Jan Faber, nog steeds algemeen
secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad, betreurt het, dat
de massa's niet meer tegen de kernwapens te hoop lopen, zoals tien
tot vijftien jaar geleden. "Want de gevaren zijn nog steeds levensgroot",
zegt Faber. "Anders dan in de tijd van de grote demonstraties,
zien velen nu de kernwapens niet meer als een acuut probleem in de
eigen samenleving. Niemand ligt er meer echt wakker van en dat is
jammer." Toch verwacht Faber niet dat een of andere terrorist
vandaag of morgen een kleine kernbom in een metro tot ontploffing
zal brengen. "Dat lijkt mij op korte termijnniet zo waarschijnlijk,
al ben ik wel ongerust over de miniaturisering van de kernwapens:
technisch wordt het mogelijk dergelijke wapens steeds kleiner te maken,"
Faber toont zich echter nog ongeruster
over de traditionele verspreiding ('proliferatie') van kernwapens,
doordat regeringen het bezit van de bom zien als een prestigezaak
of een veiligheidsgarantie.
Non-Proliferatieverdrag
Deze maand wordt in New York een
heel belangrijke conferentie gehouden over de vraag, of het Non-proliferatieverdrag
(NVP), dat de verspreiding van kernwapens moet tegengaan, moet worden
verlengd. En zo ja, voor hoelang. De kwestie van de kernwapens is
dus volop actueel."Kijk", vervolgt Faber, een aantal landen
heeft van het begin af geweigerd partij te worden bij het NPV. Israël
is daar één van; Pakistan en India zijn twee andere
vorbeelden."
"Israël wil geen afstand
doen van zijn kernwapens. Daardoor is er angst bij landen als Iran
en Egypte. Egypte, dat wel partij is bij het verdrag, behoudt zich
nu het recht voor, de nucleaire optie te verwerven, als Israël
niet inbindt. Egypte is tegen onvoorwaardelijke verlenging van het
verdrag, als Israël niet toetreedt. Ook Iran wil een eigen kernwapenoptie.
Iran wil een regionale grootmacht worden."
"Dit zijn heel andere problemen
dan in de tijd van de Koude Oorlog. Toen waren de kernwapens geintegreerd
in de militaire strategie. Vroeger hadden de kernwapens een preventieve
functie. Nu gaan allerlei dingen op zichzelf spelen. Kijk bij voorbeeld
naar de Russen, die zich nergens iets van aantrekken en kernreactoren
aan Iran leveren. Uit de voormalige Sovjetunie lekt kennis weg waarmee
landen die echt een kernwapen willen iets kunnen doen. Dat
is gevaarlijk."
Vorige maand werd op het Haagse
Instituut Clingendael het belangwekkende boek
The future of the international nuclear non-proliferation regime (Martinus
Nijhofff, 's-gravenhage; redactie: Marianne van Leeuwen) aan minister
van Mierlo aangeboden. Een van de auteurs, de Nederlandse deskundige
Drs. R. Jorn Harry, toont zich vooral ongerust over wat hij omschrijft
als 'nuclear trafficking' : er wordt in hoogwaardig
nucleaire materialen gehandeld zonder dat de regeringen daar voldoende
greep op hebben.