"Geen islamiet? Dan vijand!"
LANDI KOTAL (Pakistan) - Op de grens van Pakistan
met Afghanistan kiezen fundamentalistische moslims steeds vaker partij
voor de Taliban en Osama bin Laden. Hier hebben mensen geen boodschap
aan een "langdurige oorlog op alle fronten tegen het internationale
terrorisme", zoals president Bush het Amerikaanse congres gisteren
voorspiegelde. Nederlandse hulpverleners maken zich grote zorgen,
omdat tienduizenden vluchtelingen dreigen te sterven en de afkeer
van westerlingen extreme vormen aanneemt. "Aan bombardementen
wil ik nog niet eens denken", zegt Maurits van Pelt van Artsen
zonder Grenzen. "Rond Peshawar, nota bene in Pakistan, zijn Madrasa-scholen,
waar kinderen worden opgeleid in de griezelige ideologie die de islam
boven alles stelt. Als Washington Kaboel platgooit, staan honderden
mini-Bin Ladens op die met trekbommen op hun buik de wijde wereld
in trekken."
De weg eindigt in een middeleeuws dorp, met
lemen hutten, grote stofwolken, een penetrante stank en ongekende
smerigheid. Maar veel dreigender zijn de mensen die hier wonen. Als
we uit onze auto komen, worden we onmiddellijk omsingeld. Provocerend
wordt er met stokken op de grond getikt en, al praat onze tolk als
Brugman, ook hij kan de menigte niet tot bedaren brengen. Wegwezen
is het motto, en snel ook. Want wie hier geen islamiet is, is vijand.
De doctrine van de fundamentalisten die met het uur aan macht en invloed
winnen, is simpel en rechtlijnig. Een pastoe-leider schreeuwt als
in trance en zijn volgelingen beginnen mee te krijsen. Met het gaspedaal
vol ingedrukt, sturen we onze landrover het gebied uit, stenen en
uitwerpselen raken de achterzijde en het dak. Een schaapherder slaat
zijn stok in stukken op de bumper.
"Er zijn in deze wereld vrienden van de
Taliban en vrienden van Amerika", vertaalt onze Pakistaanse tolk
Shukurullah Baig de woorden van de pastoe. "Jullie horen volgens
hem overduidelijk bij die laatste groep." Bezorgd de weg voor
ons af turend en zenuwachtig lachend: "We moeten hier snel vandaan.
De tijden zijn veranderd. Dit is een 'no-foreigner-zone'." Het
is de zoveelste vijandige ontmoeting deze week in het noordwesten
van Pakistan, islamitische republiek met 140 miljoen inwoners. In
steden als Peshawar, Parachinar, Charsadda en zelfs het vlakbij Islamabad
gelegen Rawapindi worden buitenlanders uitgescholden, bespuugd en
bekogeld. Wie hier niets te zoeken heeft, kan maar beter wegblijven.
Voor Marcel van Soest, de Nederlandse coördinator
van Artsen zonder Grenzen (AZG), gaat dat vooralsnog niet op. Hij
heeft al zijn buitenlandse hulpverleners de afgelopen dagen Afghanistan
uitgeleid en is nu actief in twee immens grote vluchtelingenkampen
vlakbij de grens. We spreken hem in Peshawar, miljoenenstad waar veel
Pakistani van Afghaanse afkomst leven. "In
het noordoosten van Afghanistan hebben we nog een laatste team",
zegt Van Soest (37). "Verder houden we van hieruit via de radio
en, als de lijnen tenminste werken, de telefoon contact met onze lokale
mensen aan de andere kant van de grens. Alleen vluchtelingen met wat
geld zijn in staat richting Pakistan te reizen, weg van het dreigende
gevaar. Als de Amerikanen gaan bombarderen, is de ellende helemaal
niet meer te overzien. Dan wordt dit deel van de wereld één
groot vluchtelingenkamp. Het is een kruitvat waarvan de lont gloeit."
Nu al bevinden zich meer dan 2,5 miljoen Afghanen
in Pakistan. Gevlucht voor de oorlogen die hun land sinds tientallen
jaren in de greep houdt. De kampen New Shamshato en Jalozai zijn concentraties
van hongerende en steeds vaker ook stervende mensen. "In Jalozai
hebben we een gezondheidskliniek", aldus Van Soest. "We
bereiden ons voor op nieuwe mensenstromen. Maar de omstandigheden
zijn slecht, terwijl zij die binnenkomen, die het hebben 'gehaald',
steeds zwakker worden. Jalozai heeft geen officiële VN-status
en Artsen zonder Grenzen is de enige hulporganisatie die er binnen
mag. Tot vóór de terroristische aanslagen op New York
en Washington moesten we selecteren. Welke Afghaan is een echte vluchteling
en welke niet... Sinds vorige week zijn het allemaal mensen op drift.
Hoe dramatisch de situatie in Jalozai is? We hebben een sterftecijfer
van veertien kinderen per week. Nee, ik ben niet optimistisch."
Officieel is Jalozai afgesloten voor buitenlanders
en mag je er alleen binnen met een speciale 'permit' van het gouvernement.
Maar het kamp is groot en wie zich niet te opvallend gedraagt, kan
er rondkijken. En schrikken. Niet alleen van de omstandigheden veel
zieken, veel zwakke ouderen, veel huilende kinderen maar ook van de
houding van de vluchtelingen. Want wie hier wél enige steun
voor het westen en kritiek op de Taliban verwacht, komt bedrogen uit.
Vrijwel alle ontheemden in Jalozai en New Shamshato staan vierkant
achter hun geestelijk leider Mullah Mohammad Omar, velen steunen Osama
bin Laden, de meesten hebben een hekel aan Amerika en het 'vrije westen.'
Even buiten de kliniek ontmoeten we de 44-jarige Mohammed Denar, hij
zit sinds vier dagen met vrouw en twee kinderen in Pakistan. De familie
is de officieel hermetisch afgesloten grens over gevlucht, uit angst
voor Amerikaanse bommen. In de praktijk blijkt Pakistan nog het enige
toevluchtsoord voor Afghanen, omdat de scheidslijn tussen beide landen
door een woest berggebied loopt, zonder slagbomen en douanehuisjes.
In de verzengende hitte van West-Pakistan, zoeken Mohammed en zijn
vrouw de schaduw in een van oude en gescheurde doeken gemaakt tentje.
Ook zij zijn niet vriendelijk, maar na tussenkomst van een tolk en
het betalen van een paar dollars willen ze wel íets zeggen.
"We komen uit Shakar Darra, een dorpje
boven Kaboel", vertelt Denar. "Ik ben boer, maar omdat Afghanistan
al jaren geen regen heeft gehad, viel er niet meer te werken. Toen
we hoorden dat er opnieuw oorlog komt, dat we opnieuw met bommen zullen
worden bestookt, zijn we gaan lopen. Strompelen. Over een geitenpad.
In de hoop dat we in Pakistan een nieuw leven kunnen beginnen. Dat
onze kinderen hier wel toekomst hebben." Op
dit moment zijn er in Jalozai naar schatting 62.000 vluchtelingen
die onder erbarmelijke omstandigheden proberen te overleven. Artsen
zonder Grenzen brengt dagelijks met tankwagens 1,1 miljoen liter water
het kamp binnen, er wordt wat brood gebakken en eerste medische hulp
verleend. Maar daarmee houdt het zo ongeveer op. "Jullie zijn
rijk en laten ons toch langzaam doodgaan", meent Mohammed Denar,
"het is allemaal de schuld van het westen. Waarom wordt onze
regering geïsoleerd, wat heeft de Taliban jullie misdaan?"
Een discussie over terroristen, over aanslagen
en over Osama bin Laden heeft geen enkele zin. Voor Denar en zijn
lotgenoten is er maar één boosdoener en dat is Amerika.
Als Bin Laden al achter de aanslagen zit, dan heeft hij dat gedaan
in het belang van de islam, zo is hun vaste overtuiging. "We
weten niet hoelang we nog kunnen blijven helpen", verzucht AZG-coördinator
Marcel van Soest. "Als de bommen ontploffen en het grensgebied
wordt oorlogszone is het ook voor ons afgelopen. Geen idee hoe het
dan verder moet. Ja, je zou er hopeloos van worden."
Een dag eerder waren we over de Hyat Abat Road
richting de beroemde Khyberpas, richting Afghanistan gereden. Vanaf
Peshawar een afstand van amper vijftig kilometer, maar vlak buiten
de stad heeft het Pakistaanse leger obstakels neergezet. Tot hier
en niet verder. Na eerdere incidenten tussen moslims en buitenlanders
is de grens 'verschoven'. Met karabijnen bewapende grenswachten houden
iedereen tegen. Kapitein Ijaz Spira, vriendelijk maar vastbesloten:
"Vanaf dit punt is het een afgesloten, militair gebied. Aan de
andere kant van de pas staan Scud-raketten en 20.000 Taliban-krijgers,
daar hebben wij iets tegenover moeten stellen." Dat
de Taliban een serieuze militaire bedreiging voor het nucleaire Pakistan
vormt, gelooft niemand. Het Afghaanse leger telt welgeteld 107 stokoude
Russische tanks en vijftig mobiele Stinger-luchtafweerraketten. Maar
dat een Amerikaanse aanval op Kaboel intern in Pakistan tot een ramp
kan leiden, is wel degelijk een groot gevaar.
In Islamabad spreken we met de Nederlander
Maurits van Pelt, 45-jarige veteraan van Artsen zonder Grenzen. Hij
was eerder actief in Cambodja, werd koninklijk onderscheiden voor
zijn werk en staat op het punt het land te verlaten om in Turkmenistan,
ook aan de grens met Afghanistan, hulp te gaan verlenen. "Afghanistan
telt misschien 27 miljoen inwoners en het leven van vijf miljoen Afghanen
staat op het spel", vertelt Van Pelt. "Nog voor de winter
invalt, moet er voor miljoenen tonnen graan het land in, anders vindt
ginds een massaslachting, een middeleeuwse uithongering plaats. Ik
zie geen oplossing in kortstondige Amerikaanse massabombardementen.
Wil je het terrorisme uitroeien, dan kost dat vele jaren en moet je
het kwaad bij de wortel aanpakken." Die
wortel wordt volgens Van Pelt gevormd door de Madrasa-scholen in Pakistan
en Afghanistan, waar kinderen Afghanen maar ook tienduizenden Pakistani
van Afghaanse afkomst worden gehersenspoeld in de ideologie die de
islam boven alles stelt. Die gruwelscholen zijn er bij Kaboel, bij
Jalalabad en bij Djalozaj.
"Begrijp me goed, ik ben voorstander van
het uitroeien van het terrorisme", vertelt Van Pelt. "Maar
de pastoe's, de religieuze schoolleidingen, zullen een Amerikaanse
aanval gebruiken om nog meer mini-Bin Ladentjes te kweken. Zelfs in
Pakistan gaat tien procent van de kinderen naar dit soort scholen,
die worden gefinancierd door rijke Saoedi's. Niet door de regering
in Ryad, maar door fundamentalistische zakenlui, die bulken van het
geld en de goede relatie tussen hun land met Amerika verafschuwen.
Aan de ene kant de armoede en als enige steun de islam, aan de andere
kant hersenspoelingen en geld om aanslagen te plegen. De ideale voedingsbodem
om zelfmoordterroristen te kweken. Ik heb vernomen dat Mullah Mohammad
Omar gaat trouwen met de oudste dochter van Osama bin Laden. Denkt
iemand nu echt dat die Taliban-leider ooit serieus heeft overwogen
zijn eigen schoonvader uit te leveren."
Daarbij speelt nog een ander, minstens zo groot
gevaar. Pakistan is sinds 1979 in het bezit van atoomwapens. Nadat
de Pakistaanse meesterspion en ingenieur dr. Abdul Quadeer Kahn bij
de UCN-fabriek in Almelo het supergeheime ultracentrifuge procédé
wist te stelen waarmee natuurlijk uranium kan worden verrijkt tot
splijtbaar materiaal, beschikt Islamabad over tientallen ballistische
raketten met kernkoppen. Gericht op aartsvijand India. President-generaal
Perves Musharraf waarschuwde India deze week nog dat het niet moet
"stoken in het conflict" en dat Pakistan zijn nucleaire
macht nooit zal verliezen. Maar als na een Amerikaanse massa-aanval
op Afghanistan de miljoenen fundamentalistische moslims in de regio
zich gaan roeren, is alles mogelijk.
De Nederlander Frits Veerman, voormalig UCN-technicus
die ooit nauw met de bij verstek tot vier jaar cel veroordeelde dr.
Kahn samenwerkte: "Die optie is vreemd genoeg nog niet eerder
genoemd. Maar als de situatie verder escaleert en extremisten in Islamabad
de macht krijgen, hebben ze ook de beschikking over die atoomraketten.
Ik moet er niet aan denken wat de wereld dan nog allemaal te wachten
staat."