Vanavond in Reporter:
Made in Holland, hoe Nederland de islamitische wereld aan de
atoombom hielp
Ook
Pakistan zal een atoombom hebben. Al moeten we er gras voor eten, zegt de
Pakistaanse president Ali Buttho in het najaar van 1974. Ver van de bewoonde wereld
- in een tent in de woestijn - heeft Buttho een geheime bijeenkomst belegd met
tientallen wetenschappers. Een halfjaar eerder heeft buurland en aartsvijand India
een eerste kernproef gehouden. Pakistan voelt zich ernstig bedreigd. Een van de
wetenschappers die deze historische vergadering bijwoont, is dr Abdul Quadeer
Khan, een metallurg die in Delft heeft gestudeerd. Khan werkt in Nederland bij
het Fysisch Dynamisch Onderzoekscentrum (FDO) van VMF/Stork in Amsterdam.
Toegang
tot geheime technologie
Stork is een belangrijke
onderaannemer van Urenco in Almelo, een internationaal consortium dat uranium
verrijkt voor kerncentrales. De verrijkingstechniek - ultra centrifuge - kan ook
worden gebruikt voor het maken van een atoombom. Abdul Khan zit dus op de eerste
rang. Hij heeft in Amsterdam en Almelo toegang tot geheime ultra centrifuge technologie.
IJverig vertaalt hij vertrouwelijke rapporten, kopieert hij bouwtekeningen, laat
foto's maken en neemt hij onderdelen mee naar huis. Ook weet hij de hand te leggen
op namen en adressen van toeleveringsbedrijven van de ultra centrifuge industrie.
Spionage-affaire
verzwegen
Reporter deed onderzoek
in de tot nu toe geheime archieven over de spionage affaire van het ministerie
van Buitenlandse Zaken. Daaruit blijkt dat Nederland al in het najaar van 1975
over harde aanwijzingen beschikte dat de Pakistaan spioneerde. Toch werd er toen
geen diepgaand onderzoek ingesteld. In december van dat jaar kon Khan ongehinderd
met de atoomgeheimen naar Pakistan vertrekken.Pas vier jaar later kregen de Urenco-partners
Duitsland en Groot-Brittannie lucht van zaak. Den Haag had de spionage-affaire
al die tijd verzwegen. Londen schakelde onmiddellijk de geheime dienst in.
Archieven
In
de Haagse archieven stuitte Reporter op een document waaruit blijkt dat de Britten
zelfs het Nederlandse diplomatieke postverkeer over de zaak onderschepten. Zo
liet Khan in augustus 1979 op de Nederlandse ambassade in Islamabad een persoonlijke
brief bezorgen voor minister Van der Klaauw van Buitenlandse Zaken. Toen de brief
in Den Haag arriveerde bleek het stuk onderweg "opengemaakt door de Britten".
In beroep
Dertig
jaar na dato ligt de affaire-Khan nog altijd gevoelig in Den Haag. Buitenlandse
Zaken wil grote delen van het archief niet openbaar maken. Publicatie van deze
documenten zou schadelijk zijn voor de staatsveiligheid, zegt het ministerie.
Reporter gaat in beroep tegen de weigering.