Den
Haag erkent Urenco-blunder
redactie politiek
DEN HAAG - Voor
de eerste keer geeft de Nederlandse regering onverbloemd toe wat wereldwijd al
lang duidelijk was: de ontwikkeling van kernwapens in Pakistan, Iran, Noord-Korea
en Libië werd mede mogelijk gemaakt door uitgelekte technologie van de ultracentrifuge
Urenco in Almelo.
De officiële erkenning dat die gevoelige informatie
uit Nederland weglekte naar een paar 'schurkenstaten', stond gisteren opeens in
een antwoord op vragen van het VVD-kamerlid Wilders: ,,De regering heeft uit nader
onderzoek begrepen dat het zou gaan om Urenco-technologie uit de jaren zeventig.''
De ministers Bot (buitenlandse zaken) en Brinkhorst (economische zaken) konden
het probleem van de pijnlijke Nederlandse fout niet langer omzeilen. Het internationaal
agentschap voor atoomenergie van de VN trof vorig jaar in Iran blauwdrukken aan
van installaties waarmee Urenco in de jaren zeventig uranium verrijkte.
Al
lang is bekend dat de Pakistaanse Urenco-medewerker Abdul Khadeer Khan dertig
jaar geleden geheimen smokkelde naar zijn vaderland. Ook werd al jaren geleden
duidelijk dat Pakistan de informatie verkocht aan Iran, Noord-Korea en Libië.
Nog afgelopen zomer hielden de ministers Brinkhorst en De Hoop Scheffer de
boot echter af en dat was niet voor het eerst. Op 2 juni 2003 schreven zij aan
de Tweede Kamer 'dat er geen enkele aanwijzing is dat het huidige Iraanse nucleaire
programma mede-gebaseerd is op de Urenco-verrijkingstechnologie'.
Nu bevestigen
Brinkhorst en de nieuwe minister Bot dat die aanwijzingen er wél zijn.
De directeur van het VN-atoomgenootschap, El Baradei, toonde dat in augustus keihard
aan, geven zij toe.
Inmiddels heeft Den Haag 'alle medewerking' aan het IAEA
aangeboden. Voor het eerst noemt het kabinet bovendien Noord-Korea en Libië
als profiteurs van de blunder van Almelo.
Copyright: Trouw