Westerse
geheime diensten vrezen dat ook Al Qa'ida zijn slag zal slaan of al heeft geslagen
op de nucleaire bazaar. Osama bin Laden heeft het verwerven van een kernwapen
immers verheven tot 'religieuze plicht'. Volgens het Amerikaanse Nuclear Control
Institute (NCI) hebben agenten van Al Qa'ida pogingen ondernomen om in Zuid-Afrika
en een aantal Centraal-Aziatische landen aan uranium te komen. Experts vermoeden
dat de organisatie van Bin Laden radioactieve isotopen heeft gekocht van de Taliban
in Afghanistan.
Terroristen kunnen betrekkelijk gemakkelijk een 'vuile bom'
maken radioactief materiaal dat wordt verspreid met behulp van conventionele explosieven.
Of Al Qa'ida over zo'n wapen beschikt, is onduidelijk. Over de aantrekkelijkheid
van een vuile bom voor terreurgroepen verschillen deskundigen van mening. IAEAwoordvoerder
Mark Gwozdecky twijfelt aan de effectiviteit. Volgens hem is het moeilijk voor
te stellen dat zo'n bom evenveel slachtoffers maakt als de aanslagen van 11 september.
Anderen wijzen echter op het enorme psychologische effect van een explosie waarbij
nucleaire straling vrijkomt.
Een vuile bom is nog nooit tot ontploffing gebracht.
Tsjetsjeense rebellen legden in 1996 een bom met een forse hoeveelheid radioactief
cesium-137 in een park in Moskou, maar de explosieven gingen niet af. Toch maakt
het incident duidelijk dat het gevaar van een vuile bom niet louter theoretisch
is.
De internationale afspraken die proliferatie (verspreiding) van kernwapens
moeten tegengaan en de controles op nucleaire exporten worden steeds verder ondergraven.
Het uit 1970 stammende en door 190 landen ondertekende Non-Proliferatie Verdrag
(NPT) werkt niet meer, concludeerde IAEA-chef ElBaradei.
Het NPT staat alleen
de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad de Verenigde Staten, Groot-Brittannië,
Frankrijk, Rusland en China toe atoomwapens te bezitten. Echter, ElBaradei schat
dat op dit moment 35 tot 40 landen over de kennis beschikken om een kernwapen
te maken.
Israël, Pakistan en India, landen in een instabiele regio, zijn
atoommachten, maar hebben het verdrag niet ondertekend. Noord-Korea, Iran en Libië
misbruikten het NPT, dat vreedzame toepassing van kernenergie toelaat, door in
het geheim aan kernwapens te werken.
Noord-Korea werd vorig jaar door de VS
betrapt op het verwerven van apparatuur voor de productie van uranium dat geschikt
is voor kernkoppen. Tien jaar geleden ontdekten de Amerikanen al dat het land
meer plutonium aanmaakte dan het tegenover buitenlandse inspecteurs had toegegeven.
Aangenomen wordt dat Pyongyang twee prototypen van een kernbom heeft, klaar om
te worden getest.
Libië zorgde in december voor een verrassing door zijn
geheime plannen voor het verrijken van uranium af te zweren en informatie te geven
over zijn contacten met het netwerk van Khan. Het overhandigde onder meer de plastic
zakken van Good Looks Tailor en het verleent sindsdien IAEAinspecteurs alle medewerking.
In ruil daarvoor weet Tripoli zijn relaties met de VS en Europa aanzienlijk verbeterd.
Moeizamer
verloopt de coming out van Iran, dat dankzij door Pakistan geleverde technologie
achttien jaar kon werken aan een geheim project voor de verrijking van uranium.
Sinds oktober vorig jaar geven de Iraniërs, nadat de IAEA was ingelicht door
tegenstanders van het regime in Teheran, schoorvoetend opening van zaken. Ze blijven
volhouden dat ze kernenergie alleen willen gebruiken voor de opwekking van elektriciteit.
IAEA-inspecteurs ontdekten de afgelopen weken dat dit niet klopt: de Iraniërs
bleken meer ontwerpen en onderdelen voor uranium-productie te bezitten dan ze
eerder hadden toegegeven.
Wat moet er gebeuren om het gevaar van de kernbom
in te dammen? ElBaradei zoekt het in verscherping van de inspecties en bestraffing
van overtredingen. De NPT-landen roept hij op een 'aanvullend protocol' te ondertekenen,
waarmee ze toestemming geven voor onaangekondigde inspecties. Tot nu toe zijn
slechts 39 landen daaraan tegemoet gekomen.
President Bush kwam vorige maand
ook met voorstellen in die geest. Hij vindt dat de veertig landen die samenwerken
in de Nucleair Suppliers group (NSG), hun handel in nucleair materiaal dienen
te staken met landen die het aanvullende protocol niet tekenen. Dit om strengere
controles af te dwingen. Sommige landen zien dergelijke maatregelen echter als
een Amerikaanse poging hun streven naar een vreedzaam gebruik van kernenergie
te dwarsbomen.
Critici beschuldigen de regering-Bush ervan met haar unilateralismede
profilatie van kernwapens te stimuleren. De opmars in de VS van het begrip 'preventieve
oorlog' zou het bezit van een kernbom aantrekkelijk maken voor landen die zich
veilig willen voelen voor Amerikaans ingrijpen. Waarschuwingen voor een nieuwe
wapenwedloop waren er vooral na het besluit van het Amerikaanse Congres om geld
vrij te maken voor onderzoek naar kleine kernwapens, zogeheten mininukes en bunkerbusters,
die diep in de bodem kunnen doordringen om ondergrondse vijandelijke installaties
te vernietigen.
Tegenstanders van dit onderzoek vragen zich af waarom landen
zich nog iets zouden aantrekken van de Amerikaanse kritiek op hun nucleaire ambities
als de VS zelf kernwapens produceren die betrekkelijk makkelijk kunnen worden
ingezet. Ze vrezen dat de grens tussen een conventionele en een nucleaire oorlog
vervaagt en het gebruik van lichte kernwapens dat van zwaardere uitlokt. Ook al
is de vernietigingskracht van een mini-nuke veel geringer dan die van de bom op
Hiroshima, de radioactieve straling van een klein kernwapen eist op den duur ook
veel slachtoffers.
Sam Cohen, uitvinder van de neutronenbom (een bom die weinig
materiële schade aanricht, maar alle leven in een beperkt gebied doodt),
is daarentegen overtuigd van het nut van kleine kernbommen. Zware atoombommen
hebben in de Koude Oorlog dienst gedaan als afschrikking, maar zijn feitelijk
niet inzetbaar wegens hun moreel onaanvaardbare verwoestende werking. Volgens
Cohen zijn mini-nukes nodig om een passend antwoord te hebben als Amerika met
een kernwapen wordt aangevallen. Zonder een kleine nucleaire bom zouden de VS
in zo'n geval voor een duivels dilemma staan: niets doen of het ontketenen van
een nucleair armageddon.
ElBaradei heeft zich tegen het onderzoek naar mini-nukes
gekeerd. Volgens hem moet de wereld het idee loslaten dat kernwapens in handen
van de één geen probleem zijn en in de handen van de ander wel.
Artikel VI van het Non-Proliferatie Verdrag verplicht alle partijen te onderhandelen
over vermindering van nucleaire arsenalen en volledige nucleaire ontwapening.
Een kernwapenvrije wereld ligt echter verder in het verschiet dan ooit