|
Kistemakers grote avontuur
De officiële versie gaat als volgt.
Jacob (Jaap) Kistemaker wordt op 23 april 1917 in Kolhorn (Noord-Holland)
geboren. Hij studeerde vanaf 1935 tot in de oorlogsjaren te Leiden, waar
hij als assistent van de directeur van het Kamerlingh Onnes-laboratorium
wordt aangesteld. In mei 1943 trouwt Kistemaker. In opdracht van de laboratorium
directeur gaat hij in 1944 drie keer naar Parijs. Eén van de Nederlanders
aldaar, mogelijk Kistemaker, probeert zonder succes Londen te waarschuwen
dat vanuit het Parijse Cellastic-gebouw spionage activiteiten door de
nazi's worden uitgevoerd. In 1945 promoveert Kistemaker aan de universiteit
van Leiden. In 1955 verdwaalt Kistemaker in Duitsland en belandt prompt
op een colloquium over ultracentrifuges. De volgende dag in Nederland,
krijgt hij financiële ondersteuning voor zijn centrifuge onderzoek.
In 1957 neemt hij contact op met de Duitse professor Wilhelm Groth, die
tot beider verbazing aan hetzelfde onderzoek blijkt te werken.

|
Atoombommen en Nazi-groeten uit Almelo
Hoe fout is Neerlands uraanverrijking?
Dat de kernproeven in Pakistan hun oorsprong
hebben in de spionage activiteiten van Abdul Quadeer Khan in de Almelose
vestiging van de Uranium Enrichment Corporation (Urenco) is bekend.
En dat het Nederlandse verrijking draait op de methode van Professor
Kistemaker is ook geen nieuws. Maar dat het Brits-Duits-Nederlandse
Urenco concern en zijn aandeelhouders het niet zo nauw nemen met non-proliferatie-aspecten
en op nazi-fundamenten zijn gebouwd is minder bekend.
"Wij zijn zo vrij, Uw aandacht
te vestigen op de nieuwste ontwikkelingen in de kernfysica, die het
naar onze mening mogelijk zullen maken een explosief te vervaardigen
dat vele orden van grootte krachtiger zal zijn dan de conventionele.
[...] Het land dat er het eerst gebruik van maakt, heeft een niet meer
in te halen voorsprong op de anderen behaald. [...] -Heil Hitler"
[1] Met deze brief van 24 april 1939 aan Reichmarschall Hermann Göring,
mede ondertekend door kernfysicus Wilhelm Groth, begint de geschiedenis
van Neerlands uraanverrijking te Almelo.
In de herfst van 1941 worden Duitse kernfysici opgeroepen voor een geheime
militaire conferentie die zich buigt over de vraag hoe zuiver uraan-235
te verkrijgen voor de productie van de 'uranium-bom'. Het apparaat dat
werd besproken is de ultracentrifuge, aanvankelijk gascentrifuge genoemd.
Het principe ervan werd al in 1919 door Britse geleerden gepubliceerd.
De nazi Wilhelm Groth en de communist Max Steenbeck zijn Duitse centrifugisten.
Het tegenstroom centrifuge principe van Steenbeck had theoretisch het
grootste scheidend vermogen en leek op industriële schaal toepasbaar.
Het voordeel van gascentrifuge ten opzichte van gasdiffusie is dat het
minder energie kost, minder ruimte in beslag neemt en gemakkelijker
kan worden uitgebreid naar gelang de behoefte. Door deze drie eigenschappen
moest het de meest goedkope methode zijn om uraan te verrijken voor
de productie van een kernwapen.
|
Ultracentrifuge in Brits-Franse
politiek
De Nederlands-Duitse Urenco combinatie
heeft haar basis in de jaren '40-'45 (officieel 1957). De vreemde
combinatie van een Brits-Duits-Nederlandse samenwerking komt uit de
jaren zestig. In die tijd hoopte Frankrijk dat haar gasdiffusie fabriek
het spil werd van de Europese Gemeenschappen (Frankrijk, Duitsland,
Italië, Nederland, België en Luxemburg) en daarmee Euratom.
Frankrijk weigerde de toetreding van Groot-Brittannië en dacht
dat het ultracentrifuge-project nog lang in een experimenteel stadium
zou verkeren. De Britten richten zich tot Bonn voor deelname aan het
project, hetgeen werd aanvaard. Frankrijk lek nu alleen toegang tot
de ultracentrifuge technologie te kunnen kopen (via de openbaarheid
van 'militair geheim') door Groot-Brittannië tot de Gemeenschappelijk
Markt toe te laten. [8
|
Kistemakers grote SS-avontuur
Een 18 jarige Noordhollandse boerenzoon, genaamd Jacob Kistemaker,
begon in 1935 zijn studie te Leiden, waar hij tot in de oorlogsjaren
als assistent van de directeur van het Kamerlingh Onnes-laboratorium
werkt. In een brief van 13 mei 1944 nr.2027 afd. HO schrijft een NSB-secretaris-generaal
in het Duits dat in het Leidse laboratorium "de laatste jaren
ononderbroken waardevolle wetenschappelijke arbeid is verricht; de
daar aan verbonden professoren en het verdere personeel, ook de 'Instrumentenmakersschool'
hebben zonder uitzondering volkomen loyaal hun plicht vervuld..."
[2]
De niet-collaborerende onderdelen van de Leidse universiteitwerden
in 1944 door SS-Hauptsturmführer dr. Bötcher geplunderd
en naar het Duitse Jülich (vlak over de grens ter hoogte van
Heerlen) verscheept. Dr. Bötcher had in de voorafgaande bezettingsjaren
bij het Leidse laboratorium gewerkt.
De in 1937 te Amsterdam opgerichte N.V. Handelsonderneming Cellastic
werd in de Tweede Wereldoorlog een door de Duitsers van alle faciliteiten
voorziene organisatie waarbij wetenschappelijk-industriële spionage
werd uitgevoerd in het Cellastic-gebouw Rue Quentin-Bauchart te Parijs.
Sinds 22 juni 1940 stond het kernfysisch laboratorium van Frederic
Joliot-curie te Parijs onder Wehrmacht-beheer. De nazis besloten
de installaties te laten functioneren en te gaan toezien op eventuele
resultaten. Onder de niet-Duitse geleerden die wel tot collaboratie
met de nazi's bereid waren, bevond zich de jonge drs. J. Kistemaker.
'Cellastic' treed dan in actieve oorlogsfuntie.
Kistemaker behoorde tot de dagelijkse bureaustaf van het Parijse Cellastic-gebouw.
[3] Vanuit het Leidse laboratorium werd, tussen 1941 en de bevrijding
van Parijs in augustus 1944, een groot aantal malen zonder problemen
naar de Franse hoofdstad gereisd. [4] Onder dit reisgenootschap bevond
zich ook de Duitse nazi Wilhelm Groth, medeondertekenaar van de brief
aan Göring in 1939, die zowel in Leiden als in Parijs onderzoek
verrichtte.
In 1945 promoveerde Kistemaker aan de universiteit van Leiden. De
nazi's Groth en Bötcher zetten hun onderzoek voort voor de firma
DEGUSSA te Bonn. Waarschijnlijk werd reeds in 1947 Groths centrifuge-onderzoek
in het geheim in Nederland ondergebracht aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam;
het eerste eigen na-oorlogse FOM-laboratorium van Kistemaker. Kistemaker
was op 1 januari 1947 in dienst ge-treden van deze door de staat ingestelde
stichting Fundamenteel Onderzoek Materie (FOM). Hij begon als research-fysicus
en is vanaf 1953 belast met het onderdeel 'massascheiding' waaronder
ook de scheiding van uraan-isotopen behoorde. In 1954 hervatte Groth
zijn onderzoek in Hanau, de vestigingsplaats van DEGUSSA-dochter NUKEM.
[5]
In 1955 krijgt Kistemaker van de directeur van de firma Werkspoor
(onderdeel van Urenco-aandeelhouder Stork) een voorschot van €
22.500 voor zijn onderzoek naar de scheiding van zware isotopen. In
datzelfde jaar wordt het Reactor Centrum Nederland (RCN) door Staat
en bedrijfsleven opgericht. Sinds 1956 staat de post 'ultracentrifuge'
op de begroting (€ 118.500). Het jaarverslag van het FOM over
1957 meldt: "Door het RCN werd met Duitse instanties overleg
gepleegd aangaande samenwerking op het gebied van de ultracentrifuge-ontwikkeling,
waarbij zal worden voortgebouwd op een reeds langer bestaand onofficieel
contact tussen prof. Kistemaker en prof. Groth van de universiteit
van Bonn, die eveneens experimenten en studies op dit gebied verricht.
"In 1958 is de ultracentrifuge post opgelopen tot € 300.000.
Dit is het jaar van geruchten over een Duits-Nederlandse proeffabriek.
[6]
In het jaarverslag van het Reactor Centrum Nederland over 1961 (ultracentrifuge
post € 340.000) wordt vermeld, dat Kistemaker gebruik maakt van
"de tegenstroom wervel volgens de methode Steenbeck". Met
'de methode van Professor Kistemaker' wordt dus bedoeld, de door Kistemaker
ontworpen centrifuge volgens het Steenbeck principe, die hij samen
met de Duitse nazi Wilhelm Groth ontwikkelde.
|
Uraan voor Russisch Kernwapenarsenaal?
Urenco heeft een contract met de verrijkingsinstallatie
van Minatom, het Russisch Ministerie van Kernenergie. Daar wordt het
verarmde uraan, dat Urenco opkoopt van haar verrijkingsklanten, opnieuw
verrijkt. Deze opkooppraktijk van kernafval is waarschijnlijk al in
de jaren zestig begonnen om de prijs te reduceren en daarmee de concurrentie
positie te versterken. In de jaren negentig wordt deze puur economische
gegronde praktijk gebracht als het immer gewilde recyclingproject van
Urenco. Volgens Urenco wordt er in Rusland verrijkt tot een percentage
van natuurlijk uraan, dat weer terug naar Nederland gaat. Het sterk
verarmde uraan blijft achter in Rusland. [16] Maar gezien de activiteiten
van Minatom hoeft deze lezing niet op waarheid te berusten. Minatom
is op 28 januari 1992 per presidentieel decreet opgericht. Minatom is
verantwoordelijk voor het ontwikkelen, testen en produceren van het
Russische Kernwapenarsenaal.[17] In oktober 1996, onderging het Ministerie
een reorganisatie die enkele ambtelijke posities versterkte, waaronder
die van Lev Ryabev, die tevens tot Staat Secretaris van Minatom werd
benoemd. Door deze post kan Ryabev de minister passeren en direct de
Russisiche Minister-President benaderen. [18]
Atoombom en roof voor
Zuidafrikaans apartheidsregime
In 1978 verkoopt Uranit kennis over
het ultracentrifuge procédé aan Zuid-Afrika dat hiermee
al snel uraan produceert voor kernwapens, waarmee het kernproeven
uitvoert. In datzelfde jaar wordt bekend dat BNFL (Urenco's Britse
klant en aandeelhouder) uraan betrekt uit de grootste uraanmijn ter
wereld (De Rössing mijn van de Britse multinational Rio Tinto
Zinc) in het door Zuid-Afrika bezette Namibië. Volgens decreet
nr. 1 uit 1974 van de Verenigde Naties is daarom de export van grondstoffen
uit Namibië verboden.
Omdat Urenco alleen maar haar verrijkingsdiensten verkoopt van de
door haar klanten ingekocht materiaal, wordt de Nederlandse Staat
niet vervolgd wegens heling van geroofde delfstoffen. Mocht de VN
erachter komen dat Urenco het verarmde uraan van haar klanten opkoopt,
heeft Urenco zich ingedekt met de mededeling dat er in de ultracentrifuges
een mix aan uraan uit diverse landen wordt gebruikt. De herkomst zou
niet meer te traceren zijn. [7] [11]
In de jaren zestig is het de Amerikaanse mijnbouwmaatschappij Rio
Tinto die deelneemt aan de Westduitse firma NUKEM te Hanau (aandeelhouder
Uranit), dochteronderneming van DEGUSSA te Bonn. [12] Uranit is sinds
haar oprichting in 1969 gevestigd in Jülich, waar SS- Hauptsturmführer
dr. Alfred Richard Bötcher in de jaren veertig het geplunderde
universiteits instrumentarium naartoe verscheepte. Tot eind jaren
zestig is dr. Bötcher DEGUSSA directeur. [13]
|
Ultracentrifuge niet geschikt
voor kernwapens?
In 1976 is in Almelo, na een bouw
van 2 jaar, de gezamenlijke Nederlands-Duitse demonstratie fabriek
'SP1' (Separation Plant 1) in bedrijf genomen. De centrifuges zijn
van Wilhelm Groths ontwerp. [7] Het Duitse centrifuge project was
tot 'staatsgeheim' verklaard en niet tot 'militair geheim', omdat
de Bondsrepubliek zich ertoe had verplicht kernenergie slechts voor
vreedzame doeleinden te gebruiken. [8] De Duitse en Nederlandse
verrijkingsvestigingen van Urenco mogen bomzuiver uraan-235 produceren,
mits deze uitsluitend voor burgerlijke of wetenschappelijke doeleinden
en niet voor wapenproductie is bestemd. [9]
]
Toen de heer J.E.E. Meilof, technisch directeur Urenco Nederland
BV, in 1977 werd gevraagd of de centrifuge technologie gebruikt
kon worden voor kernwapenproductie, zei hij: "Nou, ik ben geen
expert op het gebied van de wapenindustrie maar ik dacht dat die
jongens meer dan 90 procent verrijkt uranium nodig hadden. Voor
de verrijking moet je duizenden centrifuges achter elkaar schakelen,
door elke centrifuge wordt het uranium een stapje verder verrijkt.
Als je het proces herhaalt of als je het verder uitbouwt dan kom
je tot over de 90 procent als je dat wilt. [...] als je een bom
zou willen maken, heb ik als niet-deskundige begrepen, dan zou je
inderdaad van centrifuges gebruik kunnen maken."
De vraag of Urenco ook technologie aan Brazilië verkoopt, ontkent
de toenmalige Urenco directeur, maar het zou mogelijk zijn dat "dochterondernemingen"
dat wel doen aan betrouwbare landen. [10] Het contract tussen Urenco
en de Braziliaanse Nuclébras dateert van 20 september 1976.
Urenco's Duitse aandeelhouder Uranit verkoopt, in ruil voor een
deel van de uraanerts productie, verrijkingstechnologie aan Brazilië.
Tot de Braziliaanse verrijking is gebouwd, levert de Urenco uraan
aan Brazilië, dat Brazilië gedeeltelijk doorverkoopt aan
Irak. In 1997 ondertekent Brazilië het Non-Proliferatieverdrag
omdat het de mogelijkheid bezit kernwapens te maken. [7]
Ultracentrifuge niet geschikt
voor kernwapens?
In 1976 is in Almelo, na een bouw
van 2 jaar, de gezamenlijke Nederlands-Duitse demonstratie fabriek
'SP1' (Separation Plant 1) in bedrijf genomen. De centrifuges zijn
van Wilhelm Groths ontwerp. [7] Het Duitse centrifuge project was
tot 'staatsgeheim' verklaard en niet tot 'militair geheim', omdat
de Bondsrepubliek zich ertoe had verplicht kernenergie slechts voor
vreedzame doeleinden te gebruiken. [8] De Duitse en Nederlandse
verrijkingsvestigingen van Urenco mogen bomzuiver uraan-235 produceren,
mits deze uitsluitend voor burgerlijke of wetenschappelijke doeleinden
en niet voor wapenproductie is bestemd. [9]
Toen de heer J.E.E. Meilof, technisch directeur Urenco Nederland
BV, in 1977 werd gevraagd of de centrifuge technologie gebruikt
kon worden voor kernwapenproductie, zei hij: "Nou, ik ben geen
expert op het gebied van de wapenindustrie maar ik dacht dat die
jongens meer dan 90 procent verrijkt uranium nodig hadden. Voor
de verrijking moet je duizenden centrifuges achter elkaar schakelen,
door elke centrifuge wordt het uranium een stapje verder verrijkt.
Als je het proces herhaalt of als je het verder uitbouwt dan kom
je tot over de 90 procent als je dat wilt. [...] als je een bom
zou willen maken, heb ik als niet-deskundige begrepen, dan zou je
inderdaad van centrifuges gebruik kunnen maken."
De vraag of Urenco ook technologie aan Brazilië verkoopt, ontkent
de toenmalige Urenco directeur, maar het zou mogelijk zijn dat "dochterondernemingen"
dat wel doen aan betrouwbare landen. [10] Het contract tussen Urenco
en de Braziliaanse Nuclébras dateert van 20 september 1976.
Urenco's Duitse aandeelhouder Uranit verkoopt, in ruil voor een
deel van de uraanerts productie, verrijkingstechnologie aan Brazilië.
Tot de Braziliaanse verrijking is gebouwd, levert de Urenco uraan
aan Brazilië, dat Brazilië gedeeltelijk doorverkoopt aan
Irak. In 1997 ondertekent Brazilië het Non-Proliferatieverdrag
omdat het de mogelijkheid bezit kernwapens te maken. [7]
|
Controle en schijnheiligheid
In 1988 wordt de directeur van DEGUSSA-dochter
NUKEM in Hanau geschorst vanwege het verdwijnen van twee vaten radioactief
afval, waarschijnlijk richting het Pakistaans kernwapenprogramma.
De NUKEM-directeur blijft directie-voorzitter van de Urenco-Group.
Op verzoek van CDA-minister Van den Broek (Buitenlandse Zaken) naar
aanleiding van de NUKEM-affaire, hebben de regeringen van Zweden,
Zwitserland en de Verenigde Staten schriftelijk vastgelegd het uit
Almelo ontvangen verrijkt uraan niet meer te zullen gebruiken voor
militaire doeleinden. [14]
Bij de Tweede Kamer besprekingen in januari 1998 over opwerking van
splijtstof uit Borssele en Dodewaard, wil de PvdA-fractie dat Nederland
geen nucleair materiaal verkoopt aan het buitenland: "Met de
verkoop aan andere landen blijven we de kernenergiecyclus voortzetten,
hetgeen wij ook niet willen stimuleren." Zes maanden later krijgen
de D66-ministers Wijers (Economische Zaken) en Van Mierlo (Buitenlandse
Zaken) toestemming van de Tweede kamer (inclusief de PvdA-fractie)
voor het ondertekenen van een tienjarig leveringscontract van Urenco
Nederland met de Taiwan Power Company (in de 'opstandige' Chinese
provincie Taiwan).
Hierbij treedt de staat op als privaatrechtelijk persoon namens de
firma Urenco, waarbij (internationale) publieksrechtelijke non-proleferatie-aspecten
worden overgelaten aan de controlerende instantie, het Internationaal
Atoom Energie Agentschap (IAEA waarin Pakistan wordt vertegenwoordigd
door de heer Kahn) te Wenen en Euratom te Brussel. [7] [15] Maar wanneer
de 'nationale veiligheid' in het geding is, hoeft kernmacht Groot-Brittannië
zelfs controle van de IAEA niet toe te staan en Euratom controle is
niet toegestaan op 'stoffen voor verdedigingsdoeleinden'.[9]
Na de schandalen over het Namibisch uraan, Kahn, NUKEM en de Braziliaanse
doorsluizing van uraan aan Irak, heeft Urenco waarschijnlijk bij de
VN een slechte naam. (Dat Urenco actief heeft meegewerkt aan de totstandkoming
van een kernmacht in Zuid-Amerika en Afrika schijnt geen schandaal
te zijn!) In het voorjaar van 1996 probeert Urenco namelijk een wit
voetje bij de VN te halen: Urenco medewerkers in inspectieteams van
de Verenigde Naties herkennen in Irakese installaties centrifuge technologie
en centrifuge rotoren van Urenco. Het materiaal is door ex-medewerkers
van de voormalig Uranit-aandeelhouder MAN geleverd. [7]
De Zwarte Piet toe spelen aan (aandeelhouders van) de Urenco-aandeelhouders
lijkt sinds 1970 een Urenco standaard. Want, zoals iedere Urenco directeur
zal mededelen: Urenco Nederland BV is en blijft "een keurig nette,
degelijke Hollandse industrie". [10] Momenteel wordt er driftig
gewerkt aan een productie uitbreiding naar 3.500 ton jaarlijks isotopenscheidend
vermogen (SW/a). [7]
Laat men Urenco haar
gang gaan of moet het eerst echt mis gaan zoals in Tsjernobyl?
BOEM is ho?
|
|
|